Precies een jaar geleden was ik op een mooie plek aan zee. De duinen stonden vol met goudgeel gekleurde struiken. Toen ik alles dichterbij bekeek bleken het prachtige kleine besjes te zijn die deze stuiken kleurden. En ineens herinnerde ik het me weer: de Duindoorn! Ik had daar ooit over gelezen en wilde ze zo graag eens zelf oogsten. En daar hingen ze dan, in overvloed. De eerste oogst heb ik gedroogd en gebruikt om als mengsel door de thee te doen.

Dit jaar was ik weer aan zee en heb ik tussen de wandelingen door een mooie kleine hoeveelheid Duindoornbesjes geoogst. Dit is best een klusje. De besjes zijn klein en zitten tussen doornige takken. In totaal heb ik ongeveer 400 gram geplukt van 1 struik en er was niet eens te zien dat ik geplukt had, zoveel hing er aan! Stel je dan voor honderden struiken en meer…..wat een mooi gezicht.

Uit mijn fijne kruidenboek heb ik veel informatie gehaald om mijn geheugen weer op te frissen en hoe meer ik er daarna over heb gelezen hoe enthousiaster ik ben geworden. Het is een van de rijkste vitamine C bronnen die er bestaan. Naast gedroogde duindoorn heb ik dit jaar ook een tinctuur op basis van alcohol voorbereid die nog heerlijk staat ‘te werken’. Als deze klaar is kan ik enkele druppels (zo geconcentreerd is tinctuur) aan thee of andere drank toevoegen naar gelang behoefte en smaak. Ja…vooral die smaak. Dat was even wennen. De besjes zijn zuur. En toch, doordat ik nu al heel wat jaren kruiden oogst, droog en op velerlei manieren gebruik, is mijn smaak veranderd. De beleving van zuur is er zeker en toch beleef ik het anders.

Binnenkort ga ik een mooie Duindoornolie aanschaffen. Nee…deze ga ik niet zelf maken. Het lijkt mij wel enorm leuk om dat proces eens mee te maken. En als de tinctuur straks klaar is ga ik heerlijk experimenteren en de veelzijdigheid ervan ontdekken.